Alle hulpmiddelen voor de aanpak van eenzaamheid

Als u als gemeente of organisatie aan de slag wilt gaan, dan is het goed om te weten dat er  veel belangrijke hulpmiddelen beschikbaar zijn. Eerst komen algemene hulpmiddelen aan bod, daarna de zes samenhangende onderdelen voor een effectieve lokale aanpak van eenzaamheid. Vaak verwijs ik naar openbaar toegankelijke bronnen; soms help ik door zélf specifieke informatie te bieden. Hebt of kent u andere middelen die hier niet mogen ontbreken? Geef ze alstublieft door via een bericht aan mij.

 

Welke hulpmiddelen zoekt u?

1. Algemene hulpmiddelen

Hier staan middelen met een algemeen karakter, die u kunnen helpen om de lokale aanpak voor te bereiden en uit te voeren.

  • De Handreiking lokale aanpak van eenzaamheid (2018) is hét document dat u helpt om de hier omschreven aanpak stap voor stap en doelgericht uit te voeren.
  • Als gemeente kunt u zich aanmelden bij het VWS-programma Eén tegen eenzaamheid. U hebt dan recht op kosteloze ondersteuning door een adviseur en kunt rekenen op uitnodigingen en informatie voor uw netwerk en inspiratie.
  • In dit overzicht ziet u via voorbeelden hoe zestien verschillende gemeenten hun aanpak van eenzaamheid vormgeven.
  • De eenzaamheidscijfers van uw gemeente vindt u op deze pagina van het RIVM. De cijfers zijn uitgesplitst naar wijken en buurten en vermelden verschillende soorten eenzaamheid. 
  • Op een speciale afspeellijst op Youtube staan belangrijke filmpjes over eenzaamheid die u kunt gebruiken voor bijeenkomsten of informatievoorziening.
  • Als u als gemeente een beleidsplan, actieplan of Plan van Aanpak tegen eenzaamheid wilt maken, dan kunt u gebruik maken de opzet die u hier aantreft.
2. Hulpmiddelen voor bewustwording en agendering

 Om op lokaal niveau de bewustwording rond eenzaamheid te versterken en het onderwerp te agenderen, kunt u gebruik maken van de volgende hulpmiddelen:

  • Gebruik maken van communicatiematerialen van het landelijke VWS-programma Eén tegen eenzaamheid (als u bent aangesloten bij dit programma).
  • Gebruik maken van een Powerpointpresentatie over publiekscampagnes rond eenzaamheid.  Daarin zijn ervaringen van Breda, Den Bosch, Dordrecht, Nijkerk, Rotterdam en het landelijke VWS-programma verwerkt. Met de volgende tips:
    – de presentatie is inclusief verschillende filmpjes, en daardoor heel groot. Download de presentatie daarom via deze link;
    – de presentatie kent ook allerlei animaties. Bekijk de presentatie daarom vooral in ‘presentatiemodus’, dan komt alles het beste tot zijn recht.
  • Aansluiten bij de landelijke publiekscampagne van VWS vanuit Eén tegen eenzaamheid. Dit is een meerjarige campagne die volgens het Actieprogramma de mogelijkheid voor lokale invulling kent. Als aangesloten gemeente kunt u verwachten geïnformeerd en betrokken te worden bij de mogelijkheden.
  • Deelnemen aan de landelijke Week tegen Eenzaamheid. Deze vindt in 2020 plaats van 1 t/m 8 oktober. U kunt deze week lokaal ook anders noemen, bijvoorbeeld Week van Ontmoeting. Meer informatie vindt u hier.
  • U kunt de recente filmhuisfilm ‘Goede Buren’ in uw gemeente vertonen. Deze film was een publieksfavoriet op het IDFA en toont enkele intieme portretten van mensen die eenzaam zijn en de manier waarop zij ondersteund worden in hun leven. U kunt ook een debat toevoegen aan de film. De film kunt u bekijken via Pathé Thuis; meer informatie vindt u hier.
3. Hulpmiddelen om eenzamen te vinden en eenzaamheid te herkennen

Hoe vindt u eenzamen? En hoe kunt u eenzaamheid herkennen? Daar zijn verschillende hulpmiddelen voor beschikbaar.

  • Signaleringskaart van Eén tegen eenzaamheid 2019. Deze kaart is handzaam en geeft een overzicht van signalen waaraan u eenzaamheid kunt herkennen. De andere kant van de kaart geeft vier tips hoe u eenzaamheid bespreekbaar kunt maken.
  • Signaleringskaart Eenzaamheid Coalitie Erbij 2014. Deze kaart qua inhoud hetzelfde als de hierbovengenoemde kaart, maar spreekt wellicht meer aan in de praktijk.
  • Signaleringskaart eenzaamheid, Talmalectoraat. Deze kaart kunt u (ook digitaal) gebruiken om signalen van eenzaamheid te inventariseren én om te bepalen of en welke acties vervolgens noodzakelijk zijn. De kaart kent ook een toelichting.
  • U kunt een (digitaal) en privacyproof Meldpunt Eenzaamheid inrichten. Zie dit dit beknopte factsheet of deze uitgebreidere documentatie.
  • U kunt huisbezoeken uitvoeren, bijvoorbeeld door vrijwilligers van de lokale ouderenbonden en maatschappelijke organisaties zoals lokale afdelingen van Humanitas en de Zonnebloem. Ook de lokale welzijnsorganisatie kan deze huisbezoeken uitvoeren, met of zonder vrijwilligers. U kunt hierbij gebruik maken van de Handreiking Huisbezoeken 75+, gebaseerd op ervaringen in Rotterdam.
  • U kunt gebruik maken van trainingen die in ons land beschikbaar zijn over het vinden en herkennen van eenzaamheid. Uw lokale GGZ-aanbieder kan deze trainingen aanbieden, maar u kunt ook gebruik maken van o.a.:
 
  • Het handboek ‘Eenzaam ben je niet alleen‘ van Movisie. Het werkboek focust op het (leren) luisteren naar de persoon en vervolgens het samen bepalen van volgende stappen. Professionals en vrijwilligers worden hiermee in verschillende fases ondersteund om al doende de persoon tot eigen inzichten, bevindingen en acties te begeleiden. Het handboek is ook bruikbaar voor het volgende onderdeel “Hulpmiddelen om te zorgen voor ondersteuning en activering”
  • Uiteraard kan elke inwoner eenzaamheid signaleren bij andere mensen. Maar sommige mensen kunnen hierin een extra rol in hebben, omdat zij vanuit hun functie of rol mensen die eenzaam (kunnen) zijn vaker of gericht ontmoeten. Maak daarvoor gebruik van dit overzicht van mensen die (in het bijzonder geschikt zijn) eenzaamheid te signaleren.
4. Hulpmiddelen om te zorgen voor ondersteuning en activering

Eenzaamheid kan worden aangepakt door preventie en door het verminderen van eenzaamheid. Beide onderdelen zijn belangrijk, en voor beide onderdelen zijn hulpmiddelen beschikbaar. Als overkoepelend instrument kunt u gebruik maken van Wegwijs Aanpak Eenzaamheid.  Deze tool van Movisie onderscheidt vier groepen: van niet eenzaam tot ernstig eenzaam. Per groep geeft het instrument een omschrijving en noemt activiteiten en voorbeelden waarmee de aanpak van eenzaamheid vorm kan krijgen. In dit overzicht staat hoe de tool werkt. Een ander instrument voor het vinden van de best passende hulp voor eenzame ouderen is de publicatie over interventieprofielen. Per type ouderen helpt het instrument u met het vinden passende ondersteuning.

Voorkomen van eenzaamheid

Voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Daarom is het, voor een effectieve en duurzame aanpak van eenzaamheid, belangrijk oog te hebben voor preventie. Movisie heeft hiervoor de bouwstenen geformuleerd en stelt dat er drie ‘preventieniveaus’ zijn:

  1. preventie gericht op mensen zonder bekende risicofactoren of eenzaamheidsproblemen. Deze vorm van preventie is gericht op algehele bewustwording rond eenzaamheid en het activeren van mensen om een stevig sociaal netwerk te maken en te onderhouden. Movisie geeft voorbeelden voor zowel jongeren (verbeteren zelfbeeld en sociale vaardigheden, Gezonde Scholen en sporten), volwassenen (investeren in veerkracht en inzetbaarheid en vormen van gezamenlijk wonen)  als ouderen (handvatten bieden voor mensen tussen 60 en 75 jaar om  divers sociaal netwerk te onderhouden en het doen van vrijwilligerswerk);
  2. preventie gericht op mensen met risicofactoren voor het krijgen van eenzaamheidsproblemen. Deze factoren zijn gerelateerd aan o.a. sociaal-economische status, ziekte en beperkingen, seksuele identiteit, migratieachtergrond, leeftijd, persoonskenmerken en de aan- of afwezigheid van (goede) familierelaties. Voor elke risicofactor zijn andere preventieve interventies nodig.
  3. preventie, gericht op het voorkomen van verergering van de eenzaamheidproblematiek bij mensen die er al mee te maken hebben. Hiervoor zijn de interventies interessant die hieronder aan bod komen.

Verminderen van eenzaamheid

Naast het voorkomen, is kern van de aanpak van eenzaamheid vaak de ondersteuning en activering van mensen die eenzaam zijn of dreigen te worden. Uiteindelijk gaat het daarbij altijd om het zorgen voor betekenisvol, duurzaam contact. Waarin mensen gezien en erkend worden en een beroep op hun talenten en mogelijkheden wordt gedaan. Lokaal zijn vaak tientallen of honderden organisaties actief met een veelvoud van activiteiten of ‘interventies’ die daarbij kunnen helpen. Maak daarbij ook gebruik van de volgende hulpmiddelen:

  • de databank Effectieve sociale interventies van Movisie, geselecteerd naar het onderwerp ‘eenzaamheid’. Hier vindt u 16 interventies die effectief of goed beschreven zijn;
  • hoofdstuk 3 van de Handreiking lokale aanpak van eenzaamheid toont meer dan 50 onderbouwde en kansrijke activiteiten, onderverdeeld naar ontmoetingsactiviteiten, één-op-één-activiteiten en cursussen, gespreksgroepen en therapievormen;
  • u kunt voor het (inventariseren of stimuleren van) aanbod ook contact opnemen met de lokale leden/vestigingen/deelnemers van de Nationale Coalitie tegen Eenzaamheid. Hier treft u het overzicht aan van de landelijke partijen. Deelnemers aan de Nationale Coalitie worden gevraagd ook lokaal een bijdrage te leveren. Dus: dit is uw kans om, onder verwijzing naar aansluiting bij de Nationale Coalitie, lokale leden/vestigingen/afdelingen actief te betrekken.
  • er zijn veel partijen in Nederland die landelijk werken, en die dus aanbod hebben dat in elke gemeente beschikbaar is. Dit wordt vaak vergeten. Daarom treft u hier een overzicht aan van aanbod dat exclusief of in het bijzonder geschikt is in de strijd tegen eenzaamheid, én dat structureel én in het hele land én op dit moment beschikbaar is;
  • er is ook veel aanbod dat nog niet in het hele land actief is, maar daarvoor wél beschikbaar is. Oftewel: aanbod dat u ook in uw gemeente kunt introduceren. Kijk voor inspiratie voor dergelijke diensten in dit overzicht.

Plus: sterke wijken en netwerken

Eenzaamheid voorkomen en tegengaan kan ook door het werken aan de sociale band tussen bewoners van wijken, buurten en dorpen. Maak daarvoor gebruik van de Acht lessen die Movisie op een rij zette.

5. Hulpmiddelen om te zorgen voor kwaliteit en deskundigheid

Het is goed dat er lokaal (veel) aanbod is in de strijd tegen eenzaamheid. Maar werkt al dat aanbod wel? Of kan het nog beter en effectiever ingezet worden? Eerst kunt u kijken naar het overzicht van werkzame elementen van het aanbod: een lijst met zeven elementen die ervoor zorgen dat interventies wél werken. Ook is er een goed instrument om hierbij te helpen: de Movisie Verbetertool Eenzaamheid. Met dit online instrument krijgen vrijwilligers en professionals zicht op hoe zij hun project of aanpak van eenzaamheid kunnen verbeteren. Hiervoor gebruikt de tool inzichten uit onderzoek en praktijk. Ook kunt u als gemeente de Checklist eenzaamheid‘ van de gemeente Amsterdam gebruiken om aanvragen voor subsidies en samenwerking te beoordelen op kwaliteit. Tot slot kunt u gebruik maken van het Wat werkt-dossier van Movisie, met daarin een overzicht van de belangrijkste werkzame factoren en veelbelovende aanpakken rond eenzaamheid.

6. Hulpmiddelen voor goede samenwerking

De lokale aanpak van eenzaamheid kan alleen door goede samenwerking tussen mensen en organisaties effectief worden uitgevoerd. Vaak begint de samenwerking op lokaal niveau met een Startconferentie. Hier downloadt u een draaiboek dat u daarvoor kunt gebruiken.. Daarnaast is het goed mogelijk om via het Kwaliteitskompas te werken: daarmee kunnen partijen gezamenlijk ambities, maatschappelijke resultaten en indicatoren formuleren. Het structureert en ordent het gezamenlijk denkproces over hardnekkige problemen en biedt een basis om in samenspraak gedragen keuzes te maken en een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen (zie ook deze animatie over de werking van het Kwaliteitskompas). Ook geef ik hieronder een aantal tips uit mijn eigen adviespraktijk.

  • Basishouding en -gedrag: voor elke vorm van samenwerking is het belangrijk om goed te communiceren en goed terug te koppelen, in alle stadia van het proces. Daar hoort ook bij: persoonlijk zijn, goed luisteren (ook naar reflectie op uw eigen functioneren), werken aan onderling vertrouwen, geven en nemen, zorgvuldig zijn, betrokkenheid tonen, goede afspraken maken en beseffen dat elke partner weer een andere manier van samenwerking vraagt. En: vier mooie momenten!
  • De volgende is: begin op tijd! Samenwerking vraagt veel (doorloop)tijd. Dus neem daarvoor de ruimte. U kunt niet verwachten in korte tijd samen tot grote resultaten te komen. Het werkt heel goed als u de tijd hebt én een gezicht kunnen geven aan de samenwerking.
  • Ken uzelf en ken de ander: samenwerking werkt beter als u goed weet waar u voor staat. Het gaat ook beter als u zich verdiept in andere organisaties, bijvoorbeeld de achtergrond, doelen, doelgroepen, belangen, taken, werkwijze, bekostiging, de samenwerkende personen, de eerdere ervaringen, de beschikbare kennis en de relevante omgeving. En doe dat vooral ook wanneer er nog geen plan ligt, zodat u open en onbevangen de ander écht kunt leren kennen. Ter informatie hieronder voor verschillende doelgroepen een selectie van relevante documentatie:
  • Waardeer de ander: het helpt als u de ander laat zien dat zij er toe doen. Dat de andere organisatie specifieke (belangrijke) expertise heeft, dat u hen bevraagt op hun ervaringen en hoe daar samen op in te spelen. En: laat zien dat iedereen er toe doet en dat u niet zonder hen kunt.
  • Gedeeld eigenaarschap: het helpt als u de plannen daadwerkelijk samen maakt op zo’n manier dat de plannen feitelijk gezamenlijke plannen zijn. Daar hoort bij een gelijkwaardige houding, die niet uitgaat van ‘wij zullen laten zien hoe het moet’. Er is zo sprake van echte co-creatie, ook door aan te sluiten bij de energie van mensen en organisaties.
  • De taakverdeling: het werkt goed om een heldere taakverdeling af te spreken, bijvoorbeeld gebaseerd op het de doelen, ieders expertise en/of het gebied waar de partner actief is. Denk ook aan goede projectleiding, goede planning, het maken van heldere afspraken over ieders inzet (ook: wat doe je wel en wat doe je niet) en het voor ogen blijven houden van de nagestreefde doelen.
  • NB: bij samenwerking rond eenzaamheid is het belangrijk om ook ‘de doelgroep’ te betrekken als volwaardige partij. Zodat u niet ‘over’ hen praat, maar ‘met hen’. De vraag is vaak: hoe vinden we eenzame mensen? Dat kan bijvoorbeeld via onderzoek op Facebook, enquetes in uw gemeente, sociaal werkers en contact met sleutelfiguren bij relevante organisaties, zoals wijkcentra, ouderenbonden en patiënten- en cliëntenorganisaties.
7. Hulpmiddelen voor het makkelijk en snel vinden van informatie

De praktijk leert dat professionals en vrijwilligers vaak geen overzicht hebben in het complete lokale aanbod bij het voorkomen of tegengaan van eenzaamheid. Terwijl dat wél essentieel is om maatwerk te kunnen bieden. Dit overzicht zou ook beschikbaar moeten zijn voor mensen die eenzaam zijn of kunnen worden en hun netwerk. Veel gemeenten bieden online ‘sociale kaarten’ aan om inwoners, vrijwilligers en professionals te helpen. Helaas ben ik nog geen sociale kaart tegengekomen die nét zo gebruiksvriendelijk is als bijvoorbeeld Bol.com of Coolblue. Terwijl dergelijke commerciële partijen tegenwoordig de toon aangeven als het gaat om gebruiksgemak bij het vinden van producten uit catalogi met tienduizenden (of meer) artikelen. Daarom geef ik hieronder een aanzet voor een programma van eisen waaraan een goede sociale kaart moet voldoen.

 

Eisen en wensen voor een goede online sociale kaart tegen eenzaamheid

  • Zoveel mogelijk compleet, inclusief vrijwillig, betaald, lokaal én landelijk aanbod.
  • Aanbod gepresenteerd als dienst (dus niet vanuit de aanbiedende partij), met per dienst aangegeven: 1. de naam van de dienst; 2. de essentie van de dienst: wat houdt de dienst concreet in? Voor wie is het bedoeld, welke kenmerken heeft de dienst en hoe werkt het?; 3. belangrijkste kenmerken van de dienst, bijvoorbeeld: groeps- of individuele activiteit, eenmalig of structureel, aan huis of buitenshuis; gratis/gesubsidieerd/commercieel; het soort probleem waarvoor de dienst bestaat; 4. de voorwaarden voor deelname (bijvoorbeeld: speciale doelgroep, leeftijd, inkomen, indicatie);  5. de kosten voor deelname; 6. link naar meer informatie; 7. directe contactgegevens (e-mailadres, telefoonnummer).
  • Mogelijkheid om te zoeken, filteren, sorteren en vergelijken op doelgroep, kenmerken en kosten.
  • Responsief ontwerp: geschikt voor computers, laptops en smartphones.
  • Zeer gebruiksvriendelijk: licht, ruim, overzichtelijk.
  • Inclusief het openstellen van een telefoonnummer voor mensen die de sociale kaart niet zelf kunnen gebruiken, m.n. ouderen.
  • Plus: zorgen voor blijvende bekendheid bij alle doelgroepen: inwoners, professionals en vrijwilligers.

Het is duidelijk dat zo’n sociale kaart ontwikkelen en in stand houden niet eenvoudig is. Tóch zal op lokaal niveau aan dergelijke eisen voldaan moeten worden. Want dít is hoe mensen tegenwoordig zoeken, hoe ze informatie vinden en vergelijken. En hoe ze snel en eenvoudig gebruik kunnen maken van het beschikbare aanbod tegen eenzaamheid. Dat is toch wat we willen?